Waar afval wordt verbrand, onstaan verbrandingsresten, zoals bodemas (slakken), vliegas en rookgasreinigingsresiduen. Voor sommige van die restproducten bestaan op dit moment goede afzetmogelijkheden. De vrijkomende bodemas is daar een goed voorbeeld van. Op basis van externe kwaliteitstoetsing is aan ARN het KOMO-certificaat voor afvalslakken toegekend.
Het gebruik ervan in grootschalige wegenbouwprojecten is daarmee formeel toegestaan. Tegelijk wordt het milieurendement van de installatie een stuk groter. Immers, hoe minder er na verbranding overblijft om te worden gestort, des te beter is dat voor het milieu. Zolang er voor de overige 2 à 3 %verbrandingsresten nog geen hergebruik of nuttige toepassing mogelijk is, wordt er op basis van strenge regelgeving een milieuhygiënisch verantwoorde opslag gerealiseerd.
Door de reiniging van rookgassen ontstaan rookgasreinigingsresiduen. Dit overwegend uit gips bestaande mengsel kan als enige niet worden hergebruikt en wordt daarom goed verpakt weggezet op een daartoe ingericht compartiment op de eigen stortplaats. Het betreft in totaliteit 2 à 3 % van de in de vuurhaard gebrachte hoeveelheid.
De vrijkomende vliegas en rookgasreinigingsresiduen worden vanuit opslagsilo's in de RVI (Reststoffen Verwerkings Installatie) volgens beproefde receptuur met elkaar vermengd en vervolgens verpakt in big bags (grote, dubbelwandige, vloeistofdichte, kunststofzakken). De vliegas functioneert als bindmiddel en zorgt voor volledig homogene uitharding van de inhoud. Daarna kunnen ze veilig en verantwoord op de stortplaats worden geborgen. Voor de big bags is binnen de eigen stortplaats een speciaal compartiment ingericht, voorzien van de nodige beschermende voorzieningen.
Om u een indruk te geven hebben wij speciaal voor u een korte video geselecteerd die deze activiteit weergeeft. Om deze video te bekijken heeft u de Windows media player™ nodig.