|
| Wat doen we
|
Realiseert u zich wat er met de vuilniszak gebeurt die u wekelijks aan de straat zet? Beseft u dat er een lange en ingewikkelde reeks van handelingen nodig is om dat afval op een veilige en verantwoorde manier te verwerken?
Dat is het dagelijkse werk van ARN: Zorgen dat er van de afvalstromen zo veel mogelijk wordt opgewerkt tot secundaire brandstof en die vervolgens worden benut voor energieopwekking. Maatregelen treffen om onze leefomgeving en de generaties die na ons komen, niet te belasten met een enorme berg restafval en vooral om de inzet van fossiele brandstoffen terug te dringen. Maar ook: voorkomen dat omwonenden op welke manier dan ook veel hinder hebben van ons werk. Daarvoor zet ARN moderne technieken en gespecialiseerde medewerkers in.
| 1. Aanlevering van afval |
Alle aangeboden afval moet voorzien zijn van documenten waaruit blijkt:
* waar het afval vandaan komt * wie het afval heeft geproduceerd * wie de transporteur is * om welke afvalstoffen het gaat. Bepaalde categorieën afval mogen niet worden geaccepteerd, zoals chemisch en radioactief afval, specifiek ziekenhuisafval, glas, oud papier, textiel of plastic flessen. In de aanvoerhal wordt al het afval na controle voorbewerkt.
| |
| 2. Voorbewerking |
Shovelmachinisten bevoorraden de biologische drooginstallatie, de breker- en scheidingsinstallatie en de shredders. Enorme magneten verwijderen al het ijzer uit de voorbewerkte afvalstoffen; het betreft vooral drank- en conservenblikjes. Het resterende afval wordt biologisch gedroogd in speciale daarvoor gebouwde droogtunnels. Het verkregen product kan linea recta als brandstof worden ingezet. Voor zover voor die vorm van voorbewerking nog niet voldoende capaciteit beschikbaar is wordt het resterende afval gescheiden in: * categorie 1: groter dan 40 mm (voornamelijk papier, plastic en hout). * categorie 2: circa 40 mm en kleiner (zand, steengruis, glassplinters en dergelijke)
Categorie 1 wordt als brandstof benut. Categorie1 wordt voorlopig nog afgevoerd naar de stortplaats
| |
| 3. Verbranding |
De geproduceerde secundaire brandstof wordt in de oven gebracht. Wat overblijft na verbranding, de zogenaamde bodemas, ook wel aangeduid als 'slakken', wordt afgevoerd naar een opslagplaats, waar het wordt opgewerkt tot funderingsmateriaal voor de wegenbouw.
| |
| 4. Energieopwekking |
Met de warmte die bij het verbranden vrijkomt, wordt stoom geproduceerd in een ketel. Deze stoom drijft een turbine/generatorset aan, waardoor elektriciteit wordt opgewekt. Hiermee voorziet ARN niet alleen zichzelf geheel van stroom; er blijft voldoende over om te leveren aan het openbare net. Daarnaast wordt restwarmte geleverd aan de naast ARN gelegen rioolwaterzuiveringsinstallatie van het Waterschap Rivierenland (Zie ook 'Organisatie - Burendienst').
| |
| 5. Rookgasreiniging |
| Na de afvalverbranding wordt het rookgas gereinigd. Hierbij worden via een vrij ingewikkeld procédé achtereenvolgens o.a. vliegas, zout, zuren, zware metalen, stikstofoxyden en dioxines verwijderd. De reststoffen die daarbij ontstaan, worden onder toevoeging van water gemengd in een Reststoffen Verwerkings Installatie (RVI). Het uitgeharde eindproduct van de RVI wordt in vloeistofdichte zakken afgevoerd naar een afzonderlijk daartoe ingericht gedeelte op de stortplaats. Wat dan nog aan gezuiverde rookgassen overblijft, is schoon en verdwijnt uit de twee 80 meter hoge schoorstenen. | |
|
|
|