|
| Wat doen we
|
Realiseert u zich wat er met de vuilniszak gebeurt die u wekelijks aan de straat zet? Beseft u dat er een lange en ingewikkelde reeks van handelingen nodig is om dat afval op een veilige en verantwoorde manier te verwerken?
Dat is het dagelijkse werk van ARN: Zorgen dat er van de afvalstromen zo veel mogelijk wordt opgewerkt tot secundaire brandstof en die vervolgens worden benut voor energieopwekking. Maatregelen treffen om onze leefomgeving en de generaties die na ons komen, niet te belasten met een enorme berg restafval en vooral om de inzet van fossiele brandstoffen terug te dringen. Maar ook: voorkomen dat omwonenden op welke manier dan ook veel hinder hebben van ons werk. Daarvoor zet ARN moderne technieken en gespecialiseerde medewerkers in.
| 1. Aanlevering van afval |
Alle aangeboden afval moet voorzien zijn van documenten waaruit blijkt:
* waar het afval vandaan komt
* wie het afval heeft geproduceerd
* wie de transporteur is
* om welke afvalstoffen het gaat. Bepaalde categorieën afval mogen niet worden geaccepteerd, zoals chemisch en radioactief afval, specifiek ziekenhuisafval, glas, oud papier, textiel of plastic flessen. In de aanvoerhal wordt al het afval na controle voorbewerkt. |
|
| 2. Vergisten en composteren |
| ARN bouwt momenteel een vergistingsinstallatie met nageschakelde composteringsinstallatie voor de opwerking van GFT-afval. In eerste instantie wordt een capaciteit gerealiseerd, die nodig is voor de opwerking van de ongeveer 38.000 ton GFT-afval per jaar dat afkomstig is uit de regio Nijmegen. Er bestaan plannen om binnen afzienbare termijn nog verder uit te breiden naar een schaalgrootte van 70.000 ton per jaar. Betrekkelijk nieuw in de afvalbewerking is een proces, waarbij bacteriën worden gebruikt die bij de afbraak van het organisch afval biogas laten ontstaan. Wat dan overblijft wordt digestaat genoemd (een pasteuze massa), die vervolgens onder beheerste condities wordt gecomposteerd in een geheel gesloten tunnelcompostering. Door eerst te vergisten, worden uit het GFT-afval op deze wijze biogas als extra energiebron en koolzuurgas gewonnen. Voor de toepassing van het biogas heeft ARN in haar vergunning meerdere opties ingebouwd: zo kan het gas binnen het bedrijf in een motor worden verbrand waarmee vervolgens elektriciteit wordt opgewekt, het gas kan binnen het bedrijf worden opgewerkt tot aardgaskwaliteit om dit vervolgens in het openbare aardgasnet te injecteren of het gas kan binnen het bedrijf worden opgewerkt tot transportbrandstof (autobrandstof) waarmee eventueel bussen, afvalinzamelvoertuigen of andere voertuigen van een milieuvriendelijke brandstof kunnen worden voorzien. Voor het koolzuurgas ligt zeer waarschijnlijk een inzet als gasvormige meststof in de glastuinbouw in het verschiet en voor de uiteindelijk geproduceerde compost zijn er meerdere afzetmogelijkheden. Dankzij de winning en inzet van biogas scoort vergisten met nacomposteren op de milieuladder aanzienlijk hoger dan alleen composteren. Gezien de klimaatdoelstellingen van de Stadsregio Arnhem-Nijmegen, van de Regio MARN en van de stad Nijmegen, wordt in het kader van een te verlenen concessie voor het regionaal openbaar vervoer het gebruik van biobrandstof als transportbrandstof voor de bussen als harde eis gesteld. Uiteraard wil ARN proberen om in dat verband met haar productie-eenheid in Weurt een belangrijke toekomstige brandstofleverancier voor het busvervoer in de regio te worden. Deze combinatie van brandstof-, meststof- en grondstofproductie is het maximale wat momenteel op het vlak van afvalverwijdering en duurzame energieopwekking te realiseren valt. |
|
| 3. Voorbewerking |
Shovelmachinisten bevoorraden de biologische drooginstallatie, de breker- en scheidingsinstallatie en de shredders. Enorme magneten verwijderen al het ijzer uit de voorbewerkte afvalstoffen; het betreft vooral drank- en conservenblikjes. Het resterende afval wordt biologisch gedroogd in speciale daarvoor gebouwde droogtunnels. Het verkregen product kan linea recta als brandstof worden ingezet. Voor zover voor die vorm van voorbewerking nog niet voldoende capaciteit beschikbaar is wordt het resterende afval gescheiden in:
* categorie 1: groter dan 40 mm (voornamelijk papier, plastic en hout).
* categorie 2: circa 40 mm en kleiner (zand, steengruis, glassplinters en dergelijke)
Categorie 1 wordt als brandstof benut. Categorie1 wordt voorlopig nog afgevoerd naar de stortplaats |
|
| 4. Verbranding |
| De geproduceerde secundaire brandstof wordt in de oven gebracht. Wat overblijft na verbranding, de zogenaamde bodemas, ook wel aangeduid als 'slakken', wordt afgevoerd naar een opslagplaats, waar het wordt opgewerkt tot funderingsmateriaal voor de wegenbouw. |
|
| 5. Energieopwekking |
| Met de warmte die bij het verbranden vrijkomt, wordt stoom geproduceerd in een ketel. Deze stoom drijft een turbine/generatorset aan, waardoor elektriciteit wordt opgewekt. Hiermee voorziet ARN niet alleen zichzelf geheel van stroom; er blijft voldoende over om te leveren aan het openbare net. Daarnaast wordt restwarmte geleverd aan de naast ARN gelegen rioolwaterzuiveringsinstallatie van het Waterschap Rivierenland (Zie ook 'Organisatie - Burendienst'). |
|
| 6. Rookgasreiniging |
| Na de afvalverbranding wordt het rookgas gereinigd. Hierbij worden via een vrij ingewikkeld procédé achtereenvolgens o.a. vliegas, zout, zuren, zware metalen, stikstofoxiden en dioxines verwijderd. De reststoffen die daarbij ontstaan, worden onder toevoeging van water gemengd in een Reststoffen Verwerkings Installatie (RVI). Het uitgeharde eindproduct van de RVI wordt in vloeistofdichte zakken afgevoerd naar een afzonderlijk daartoe ingericht gedeelte op de stortplaats. Wat dan nog aan gezuiverde rookgassen overblijft, is schoon en verdwijnt uit de twee 80 meter hoge schoorstenen. |
|
|
|
|