Home > Over ARN > De Afvalvergroeners

De Afvalvergroeners

ARN is onderdeel van “De Afvalvergroeners”. Dit zijn vier samenwerkende afvalenergiecentrales, te weten ARN, Attero, AVR en EEW. Wij werken samen om actief bij te dragen aan het bereiken van de klimaatdoelen. Onze activiteiten zijn het resultaat van decennialange knowhow en ervaring. Met de dagelijkse inzet van onze betrokken medewerkers en onze innovatieve installaties zijn wij een deel van de oplossing. Daarom noemen we ons ´de Afvalvergroeners´. 

Zie ook https://www.afvalvergroeners.nl/

Voor ons filmpje, klik hier

Bijdrage AEC’s aan circulaire economie

Een circulaire economie tot stand brengen en klimaatdoelstellingen realiseren kan niet zonder afvalenergiecentrales (AEC’s). Zij produceren uit restafval evenveel duurzame energie als alle 12 miljoen Nederlandse zonnepanelen bij elkaar en voorzien op deze wijze 1,2 miljoen Nederlandse huishoudens (2,4 miljoen Nederlanders) van elektriciteit. Voor talloze bedrijven en stadsverwarming zijn zij bovendien een gewilde leverancier van warmte, stoom en perslucht. Daarmee zijn ze een alternatief voor het verstoken van geïmporteerd hout als biomassa en verkleinen ze de ecologische voetafdruk van Nederland.

Verduurzaming Europa

Afvalverwerking is bij uitstek een Europese markt: afhankelijk van hun eigen verwerkingscapaciteit im- én exporteren EU-lidstaten hun afval. Tot 2020 speelden AEC’s een belangrijke rol in de verduurzaming van Europa, door buitenlands afval naar Nederland te importeren om het vervolgens in Nederland om te zetten in energie die anders uit Gronings aardgas of geïmporteerde kolen of biomassa verkregen zou worden. Dit restafval wordt, conform Europees en Nederlands beleid, geïmporteerd uit Europese landen waar het anders gestort zou worden door een gebrek aan gespecialiseerde verwerkingscapaciteit. Het storten van afval leidt in Europa tot ruim 100 miljoen ton aan CO₂eq-emissies (3% van de totale CO₂-emissies) en een soortgelijke stijging van de uitstoot van het uiterst vervuilende broeikasgas methaan.

Afvalimportheffing schiet doel voorbij

Op 1 januari 2020 trad in Nederland de importheffing op buitenlands afval in werking die het tegenovergestelde van de adviezen van de VN bewerkstelligt. Het demissionaire kabinet beoogde met deze heffing, van zo’n 50% boven op de geldende poorttarieven, om te voldoen aan het Urgenda-vonnis. Doel: 0,2 megaton CO₂-emissie reduceren. Uit onderzoeken van PWC, TNO, CE Delft en Eunomia blijkt echter dat de afvalimportheffing 1) niet leidt tot de beoogde beperking van de CO₂-uitstoot in Nederland, 2) mondiaal tot meer CO₂eq -uitstoot leidt omdat in omringende landen onnodig afval gestort wordt en 3) een negatieve impact heeft op het financieel rendement van AEC’s en daarmee op verdere investeringen in duurzaamheid en recycling.

De negatieve gevolgen van de afvalimportheffing worden door de dagelijkse praktijk bevestigd. De heffing leidt niet alleen tot meer CO₂-uitstoot binnen Europa, maar zorgt er ook voor dat investeringen in recycling- en verduurzamingsprojecten onder hoge druk komen te staan. Ook dreigt een koude sanering van de branche, die gepaard gaat met een verlies van honderden arbeidsplaatsen. Niet voor niets verzetten VNO-NCW en de FNV zich fel tegen de importheffing. De FNV schreef een brief aan het demissionaire kabinet en biedt op 25 mei een petitie aan de Tweede Kamer aan die pleit de importheffing per januari 2022 af te schaffen en het gevalideerde alternatieve plan van de sector in gang te zetten.

Het belang van het voorkomen van het storten van brandbaar afval in Europa wordt in de Nederlandse politiek nog zwaar onderschat. De Verenigde Naties sloeg dit jaar alarm. De VN publiceerde in mei jl. een advies hoe de opwarming van de aarde met 0,3 °C teruggedrongen kan worden. De wereldwijde emissies van methaan moeten hiervoor met 45% worden teruggedrongen. De Verenigde Naties adviseert als maatregelen om afval te recyclen en het overgebleven restafval niet langer te storten waar het tot methaanuitstoot leidt, maar te verwerken in afvalenergiecentrales. De importheffing op afval staat hier haaks op.

AEC’s in 2050: visie voorwaarts

Nederlandse AEC’s voorzien momenteel in negen procent van de in Nederland geproduceerde hernieuwbare energie. In de energietransitie zijn de uitdagingen groot, vooral op het gebied van warmte en het gebruik van aardgas. Duurzame alternatieven voor warmteleveringen zijn beperkt voorhanden, zeker nu de gesubsidieerde inzet van biomassa aan banden wordt gelegd met het oog op de negatieve gevolgen, en nu geothermie nog slechts beperkt van de grond komt. AEC’s blijven een belangrijke duurzame warmtebron. De Afvalvergroeners vinden dat warmtenetten opengesteld moeten worden, waardoor meerdere warmtebronnen en warmteafnemers aan elkaar gekoppeld worden.

AEC’s zullen zich volgens het PBL bij het juiste overheidsbeleid richting 2050 doorontwikkelen tot klimaatneutrale installaties die zelfs negatieve emissies kunnen genereren:

  • AEC’s blijven niet-recyclebaar afval omzetten in duurzame energie. Materiaalstromen zijn niet oneindig recyclebaar, waardoor er altijd een deel overblijft waar energie van gemaakt kan worden;
  • Nederlandse AEC’s worden bevoorraad door restafval uit Nederland en omringende landen. Omdat Nederland een logistiek land is met een handelsoverschot kunnen afvalenergiecentrales blijvend gebruikmaken van efficiënt (weinig milieubelastend) retourtransport;
  • Nederlandse AEC’s importeren restafval dat anders gestort zou worden, waardoor in Europa klimaatverandering wordt tegengegaan;
  • Nederlandse AEC’s zijn een belangrijke warmtebron voor stadsverwarming en de industrie. Op de open warmtenetten kunnen AEC’s meebewegen met de warmtevraag en -aanbod doordat geschakeld kan worden tussen de productie van warmte en elektriciteit;
  • nascheidingsinstallaties in binnen- en buitenland scheiden steeds meer plastic om te recyclen. De fossiele content van het te verbranden afval neemt hierdoor verder af, waardoor de fossiele CO2-uitstoot verder daalt;
  • Nederlandse AEC’s s vangen steeds meer CO2 af uit hun rookgassen en leveren dit aan de glastuinbouw, chemie en toekomstige innovatieve toepassingen. In een scenario waarbij deze CCU-toepassingen geen beleidsruimte krijgen, zullen AECs afgevangen CO2 in daarvoor aangewezen gasvelden toepassen (CCS);
  • doordat meer dan de helft van het afval dat verbrand wordt van biogene oorsprong is, is ook meer dan de helft van de afgevangen CO2 biogeen. Deze bio-CO2 kan ook voor CCU- en CCS-toepassingen worden ingezet zodat AEC’s biogeen aan het klimaat kunnen onttrekken (negatieve emissies).
  • bodemas uit AEC’s wordt opgewerkt tot een vrij toepasbare bouwstof die de primaire winning van grind en zand en de grootschalige import daarvan gedeeltelijk kan vervangen.

Meer informatie?

Het antwoord op een aantal veelgestelde vragen vindt u in onze vraagbaak. Mocht u nog andere vragen of opmerkingen hebben, dan verwijzen wij u graag naar het contactformulier in het tabblad "contact".