Van het gas… maar nog even niet

Een ‘inloopoplossing’ voor Dukenburg

ARN heeft afgelopen zomer aardgasgestookte ketels geïnstalleerd bij twee flatcomplexen van woningcorporaties Talis en Woonwaarts in het stadsdeel Dukenburg. In totaal worden hiermee 642 appartementen voorzien van warmte en warm water. Het betreft een tijdelijke oplossing, vooruitlopend op de aansluiting van ARN op het Dukenburgse warmtenet.

De tijdelijke ketels zijn dubbel uitgevoerd, zodat er altijd een ketel stand-by is om de warmteproductie over te nemen bij een storing of tijdens onderhoud.

Die koppeling is nu voorzien voor 2028. Vanaf dat moment zullen de woningen verwarmd worden met warmte die vrijkomt bij de verbranding van afval. Maar de aanleg van het warmtenet in de wijken kon zo lang niet wachten, omdat veel flatwoningen dringend gerenoveerd moesten worden. Delen van de verouderde cv-installaties waren inmiddels afgekeurd.

Dat stelde de woningcorporaties voor de keuze. Ofwel ze moesten investeren in nieuwe cv-ketels voor al deze woningen, waarmee die weer voor een groot aantal jaren afhankelijk zouden zijn van fossiele energie. Het alternatief was een zogenoemde inloopoplossing, waarbij de woningen alvast voorzien worden van afleversets en worden aangesloten op het warmtenet-in-wording.

Logischerwijs werd gekozen voor dit laatste. Maar dat betekende wel dat er tijdelijke warmtebronnen aangeboord moesten worden. Aangezien ten tijde van dit besluit het publieke warmtebedrijf nog niet was opgericht en de nieuwe Warmtewet nog niet was aangenomen, werd een beroep gedaan op ARN om in deze tijdelijke warmtebronnen te voorzien.

Inmiddels zijn op twee locaties ketels geïnstalleerd. In de wijk Zwanenveld worden hiermee 453 appartementen van Talis verwarmd, in noordelijk Lankforst 189 appartementen van Woonwaarts. Op beide locaties zijn de ketels dubbel (redundant) uitgevoerd. Er is dan altijd een ketel stand-by om de warmteproductie over te nemen bij een storing of bij onderhoud.

Te zijner tijd, als de wooncomplexen via het warmtenet met elkaar verbonden zijn, kan volstaan worden met één locatie. “Dat wordt dan een blijvende locatie”, vertelt ARN-directeur Rutger Jan Pessers. “Het is van het grootste belang dat het warmtenet beschikt over een back-up, zodat de huizen ook verwarmd kunnen worden als wij even geen of onvoldoende warmte kunnen leveren, bijvoorbeeld tijdens groot-onderhoud of bij een storing. Zo’n extra warmtebron wordt ook ingezet als het heel koud is en er extra capaciteit nodig is.”

De warmte zal aan de bewoners geleverd worden tegen dezelfde condities als wanneer straks de koppeling van ARN op het warmtenet voltooid is.

Meer informatie?

Het antwoord op een aantal veelgestelde vragen vindt u in onze vraagbaak. Mocht u nog andere vragen of opmerkingen hebben, dan verwijzen wij u graag naar het contactformulier in het tabblad "contact".