Home > Jeugd > ARN-afvalenergiecentrale

ARN-Afvalenergiecentrale

Afvalenergiecentrale ARN BV, te Weurt, bij Nijmegen is een grote fabriek waar van afval elektriciteit gemaakt wordt en biogas uit gft-afval. 

Biogas 

Het groente-, fruit en tuinafval (gft-afval) wordt bij ARN B.V. in een speciale installatie vergist, waarbij gas ontstaat. Dit gas wordt gezuiverd en vervolgens geleverd aan het openbare aardgasnet. Biogas is een bijzonder schone brandstof. Een vuistregel is dat een personenauto 1 km kan rijden van het gas dat uit 1 kg GFT-afval wordt gewonnen en een bus 1 km uit 7 kg GFT-afval.

ARN kan per jaar 38.000 ton GFT-afval vergisten.

Vergisten

Het gft-afval wordt verkleind en gezeefd. Alles wat kleiner is dan 6 cm wordt in een vergister gemengd met het al aanwezige gft-afval dat al in de installatie aanwezig was en met water. Zo onstaat een pap van rottend afval. De temperatuur in de vergister is 54° Celcius. Door de bacteriën gaat het gft-afval 'gisten'. Daarbij ontstaat gas. Een roerlepel helpt het gas om uit de pap naar boven te ontsnappen. Het gft-afval blijft 14 dagen in de vergister om er gas uit te winnen. Het biogas wordt in een zuiveringsinstallatie gescheiden in aardgas en koolzuur.

Composteren

Na 14 dagen wordt het 'uitgegiste' gft-afval als pap uit de installatie gepompt en vervolgens gemengd met vers gft-afval. Dat mengsel wordt in een afgesloten betonnen hal gebracht. Hier wordt er extra lucht in geblazen. Daardoor wordt het door andere bacteriën gecomposteerd. Door die bacteriën wordt het in de afgesloten hal ongeveer 60° Celcius. Na 12 dagen is het afval veranderd in compost.

Verbranden

In twee grote ovens wordt het afval verbrand. Je moet je de ovens voorstellen als 7 klaslokalen boven op elkaar gestapeld! In die ovens brandt het vuur dag en nacht, dag in dag uit. De bodem van de oven bestaat uit een rooster dat beweegt. Het afval komt door een trechter op het rooster in de oven binnen. Langzaam schuift het afval over het rooster van de ene naar de andere zijde van de oven. De temperatuur in de ovens wordt ongeveer 1150° Celsius (ijzer smelt bij 1538° Celsius). Deze hitte zorgt ervoor dat al het afval goed verbrandt. Langs de wanden en het plafond van de ovens hangen buizen gevuld met water. Die buizen worden gloeiend heet, zo heet dat het water gaat stomen. Stoom heeft kracht, denk maar eens aan een pan of een fluitketel op het fornuis.

Wat gebeurt er als het water kookt? Juist, de deksel van de pan begint te trillen of de fluit van de fluitketel begint te fluiten. Deze stoom, maar dan wel héél veel, duwt tegen een rad of een wiel. De draaiende beweging van dit wiel maakt dat een generator (dynamo) elektrische energie opwekt. Om het te begrijpen kun je het vergelijken met de dynamo van je fiets. De draaiende beweging van je fietswiel tegen de dynamo zorgt ervoor dat jouw fietslamp gaat branden. Bij ARN gebeurt precies hetzelfde alleen alles vele keren zo groot! De elektriciteit die de generator (dynamo) bij ARN levert is voldoende om 50.000 huishoudens van elektriciteit te voorzien.

De warmte van de ovens kan ook gebruikt worden om huizen en tuinbouwkassen te verwarmen. Het kantoor van ARN wordt met heet water uit de oven verwarmd. De buurman, de rioolwaterzuivering van Nijmegen en omstreken, verwarmt de beluchtingsbakken met warmte die de ovens van ARN afgeven.

Twee schoorstenen van 80 meter hoogte zorgen voor de afvoer van schoongemaakte rook (zie verder as en rook).

Zo zie je maar dat afval nuttig gebruikt kan worden om warmte en elektriciteit van te maken. Afvalenergiecentrale ARN doet dus meer dan alleen maar het afval opruimen (verbranden).

Brandstof

Om de ovens bij ARN te kunnen stoken is brandstof nodig. Hoe maakt ARN van afval brandstof?

Het restafval en het grofvuil moeten eerst verkleind worden. Want zoals je weet kleine snippers papier verbranden beter dan een dik telefoonboek. Shredders noemen wij de apparaten die het afval verkleinen. Ze maken een bankstel tot snippers en snijden het restafval tot kleine stukjes.

Bij ARN wordt een groot deel van het restafval gedroogd in tunnels. De bacteriën in het afval zorgen dat de temperatuur in de tunnels (8) oploopt tot 60° Celsius. Om dit drogingsproces goed te laten verlopen wordt er lucht door de tunnels geblazen. Het vocht uit het afval en de lucht worden gezuiverd. Het verkleinde en gedroogde afval noemen wij RDF+ (Refuse Derived Fuel = brandstof uit afval). Dit wordt ook wel een secundaire brandstof genoemd.

De RDF wordt opgeslagen in bunkers. Dat zijn grote betonnen bakken. Met gigantische grijpers wordt de brandstof in de trechters van de ovens gegooid.

As en Rook

Door het verbranden van de secundaire brandstof (afval) blijven as en rook over. Wat op het rooster in de oven na verbranden achterblijft heet slakken. Deze slakken worden afgekoeld en schoongemaakt. Daarna worden slakken gebruikt in de wegenbouw om bijvoorbeeld een nieuwe weg aan te leggen of om een weg op te hogen.

Van de rook zijn wij niet zomaar af. De helft van de hele fabriek is een rook-gas-reinigings-installatie! Dat is het duurste onderdeel van de fabriek. De rook die ontstaan is bij het verbranden heet rookgas. De schadelijke stoffen worden uit de rookgassen gehaald in zes stappen via filters en wassers. Zij verwijderen vliegas (fijne roetdeeltjes die met de rook gaan “vliegen”), zware metalen (lood, kwik, cadmium), zouten, zuren en dioxines. Al die schadelijke stoffen worden gemengd in onze rest-stoffen-verwerkings-installatie. Voorheen werden die stoffen opgeslagen in Big Bags (dubbelwandige zakken waar geen vocht in of uit kan) en veilig opgeborgen op de stortplaats. Sinds 16 juli 2009 verplicht de Nederlandse wet ons dit materiaal af te voeren naar zoutmijnen.

Uit de schoorstenen komt schone lucht. Provincie Gelderland controleert of de lucht voldoende schoon is. Ieder moment van de dag (en nacht) kan op meters afgelezen worden hoe schoon de lucht is die uit de schoorstenen komt.

Waarom verbranden?

Bij afval denken we vaak direct aan iets dat nutteloos is. We kunnen iets immers niet meer gebruiken en gooien het weg. Maar we weten best dat afvalstoffen weer grondstoffen kunnen zijn. Van oud papier wordt nieuw papier gemaakt, van oud ijzer nieuw ijzer, van oud glas nieuw glas. Je weet zelf vast nog wel meer voorbeelden!

Restafval wordt bij ARN gebruikt om er duurzame energie van te maken.

Heel lang geleden gooiden wij bijna alles wat wij niet meer konden gebruiken op een stortplaats. Omdat die stortplaatsen te veel ruimte gingen innemen en de bodem vervuilden zijn wij regels gaan bedenken om anders met afval om te gaan. Die regels of wetten zijn:

Voorkom het maken van afval;

  1. Als dat niet kan, zorg dan dat het afval hergebruikt kan worden;
  2. Als dat niet kan, dan komt verbranden met energieopwekking;
  3. Als ook dat niet kan, dan pas mag de afvalstof naar een stortplaats.

 

Deze regels noemen wij “de ladder van Lansink”.

In Nederland maken de mensen gemiddeld per persoon per jaar 500 kilo afval. De helft daarvan (250 kilo) is huisvuil of restafval. Volgens de Ladder van Lansink moet afval dat niet hergebruikt kan worden verbrand worden. In Nederland is dat 16 miljoen (aantal inwoners) maal 250 kilo is 8 miljard kilo restafval! Voor de verbranding van het restafval zijn er sinds 1980, in Nederland, 11 afvalverbrandingsinstallaties (AVI’s) gebouwd. Een daarvan is ARN-Afvalenergiecentrale, te Weurt. Het restafval, grof huishoudelijk afval en bedrijfsafval, dat geschikt is voor verbranding, wordt per vrachtwagen naar ARN gebracht. De vrachtwagens worden gewogen bij binnenkomst èn bij vertrek. Zo weten wij hoeveel afval afgeleverd is. De brenger betaalt.

Stortplaats

Waren er ooit, in 1970, nog 500 stortplaatsen in Nederland, nu (2012) zijn dat er nog maar 28. De reden daarvan is de ingevoerde wetgeving; de ladder van Lansink (zie hierboven).

Heel vroeger waren stortplaatsen vaak kuilen of moerassen buiten de stad of het dorp. Doordat de mensen steeds rijker werden en steeds meer gingen kopen kwam er ook meer afval. Storten was geen oplossing meer omdat de hoeveelheid sterk toenam en het milieu ernstige schade opliep door het regenwater dat door het afval heen naar het grondwater sijpelde. Hierdoor kwam ons drinkwater in gevaar. Na de regels van Lansink nam het hergebruik en verbranden van afval toe en kwam er minder afval op de stortplaats.

De stortplaats van ARN is 29 hectare groot. Sinds 1986 is deze in gebruik. Er zijn vanaf het begin van de stortplaats maatregelen getroffen om de bodem te beschermen. Een dikke laag folie voorkomt dat het afval of het regenwater dat door het afval heen sijpelt in contact komt met de bodem of met het grondwater. Op de laag folie liggen buizen in een laag zand. Dit om het inmiddels heel vies geworden water, af te kunnen voeren naar de waterzuiveringsinstallatie van ARN. Een zware machine, compactor geheten, drukt het afval aan. Na iedere dag waarop de stortplaats 'open' is (dat zijn nog twee dagen per week) wordt het gestorte afval afgedekt met zand. Dit om verwaaien en eventuele geur te voorkomen.

Tijdens die dagen zorgt een valkenier ervoor dat meeuwen en kraaien verjaagd worden. Meeuwen en kraaien komen voedsel zoeken tussen het afval. Daardoor zouden zij het afval kunnen verspreiden. Dat kan gevaarlijk zijn voor de volksgezondheid.

Werken bij ARN

106 ARN-medewerkers zijn dagelijks bezig om óns afval veilig te verwerken. Dag en nacht, dag in dag uit, branden de ovens. Dat betekent dat er ook dag en nacht mensen moeten zijn die de installatie laten draaien. Bij ARN werken de mensen in een veilige, gezonde en prettige werkomgeving.

Meer informatie?

Het antwoord op een aantal veelgestelde vragen vindt u in onze vraagbaak. Mocht u nog andere vragen of opmerkingen hebben, dan verwijzen wij u graag naar het contactformulier in het tabblad "contact".

De website van ARN B.V. gebruikt cookies | Verberg deze melding